PARIJS-BREST-PARIJS EURAUDAX IN 2001
Maandag 23 juli 2001 is het eindelijk zover. Maanden voorbereiding en ruim elfduizend kilometer lange tochten zitten er op. Het was immers al 15 jaar geleden dat ik mijn laatste euraudax tocht, Eindhoven-Maastricht-Eindhoven, had gereden. Maar toen eind 2000 FSM in de bus viel met daarin een berichtje over de komende PBP, wist ik het: wat ik altijd al had gewild, zou nu gebeuren. Ik zou 'de tocht der tochten rijden.
Met vijf fietsers en een chauffeur vertrekken we vanuit Sprundel naar Parijs. Rond 7 uur 's avonds arriveren wij bij het 'Stade Pierre de Coubertin'. Langzaam komen er meer deelnemers en komt alles op gang van fietscontrole tot uitreiken routes en kaderplaatjes. Om vijf voor tien wordt er opgesteld en om tien uur wordt het internationaal gezelschap van 135 fietsers weg gefloten de Franse nacht in. Een feeëriek tafereel met al die lampjes! Je rijdt met je maatjes en praat wat. In de dorpjes staan hier en daar wat mensen verdwaasd te kijken. Bij de tweede stop, na 113 km in Verneuil, krijgen we te eten: het is niet best, maar we hebben het nodig. Inmiddels is het parcours flink glooiend geworden. Dat is ook goed te zien aan de voorrijders met zwaailicht die een eind voor de groep uit rijden. Eén van ons vecht, ondanks al zijn ervaring, tegen de slaap, maar vecht zich er door. Op de stoep van het gemeentehuis van Seez doet hij een dutje en dat helpt. Dan komen we, na 245 km, in Domfort. De maaltijd is er subliem en daarna is er nog even tijd om in de zon in het gras te liggen. De etappes worden nu korter en liggen tussen 45 en 55 km. Na alweer een goed verzorgde stop in Ducey rijden we naar de Mont St. Michel, die ligt te stralen in de zon. Na Dol-de-Bretagne en Plenan-le-Petit komen we, na 370 km, in Dinan. Het is al na zevenen. Ik vecht nu tegen de slaap, maak een zwieper en stoot tegen een Fransman aan: zonder erg en ik ben meteen weer wakker. We passeren Lamballe, waar de mensen de deelnemers uit die plaats aanmoedigen, en Yffiniac. Als we om half tien bij ons hotel in St. Brieux zijn, is het donker. De eerste 430 km zitten er op.
Vermoeidheid.
Om half vier loopt de wekker af en één uur later zet het peloton zich weer in beweging. Via Belle Isle arriveren we rond de middag in Brest. Een bijzonder moment want we zijn na 586 kilometer bij het keerpunt. We nuttigen er de maaltijd. Weer op de fiets stijgt de stemming in het peloton, want het aftellen is begonnen. Boven op een helling, waar het uitzicht adembenemend is, wordt even gepauzeerd. Via kleine weggetjes dalen we naar Scrignac. Als St. Brieux weer in zicht komt zingen Belgen en Nederlanders heel wat af; de Fransen doen mondjesmaat mee. In het schemerdonker komen we bij het hotel. We hebben er 760 km op zitten. Na een redelijke nachtrust, stappen we om kwart over vijf weer op de fiets. De eerste twee uur zijn weer lastig: donker en schemerig. Dan breekt de zon door; voor mijzelf altijd een moeilijke periode: blijven praten is de remedie! In Dinan ontbijten we in de Leclercq supermarkt. Daarna passeren we weer de Mont St. Michel en het mooie Domfront. De temperatuur is inmiddels opgelopen tot zo'n 32 graden. Een plaatselijke supermarkt is in een mum van tijd door zijn voorraad bronwater heen. Door de hitte slaat de vermoeidheid extra toe. Dat men onderling steeds meer afstand houdt, duidt daar ook op. Enkele "vermetelen" wagen een stop in een plaatselijk café, maar moeten dan wel kilometers lang achtervolgen. Vlak voor Mortagne kapseist onze oudste deelnemer: 82 jaar! Vermoeidheid: hij reed al een tijdje eigenaardig. Gelukkig mankeert hij niets. In de plaatselijke markthal wacht ons een welkomstglas cider en dan een voortreffelijk diner. Pas tegen middernacht liggen we op bed. Het vertrek voor de laatste etappe wordt een uur uitgesteld. Om vijf uur vertrekken we voor de laatste 138 km. De stemming is opperbest. Langzaam glijden het lichtglooiende landschap en de kilometers voorbij. En dan is daar de Parijs voorstad St. Quentin-en-Yvelines en het Stade Coubertin. Geen uitbundig onthaal zoals in de plaatsen onderweg, maar een stil of zelfs doods einde van een mooie tocht. Nog een rits Franse toespraken en een langdradig, maar goed diner. Het zit er op: we fietsten 1182,7 km in 53 uur en 55 minuten (fietstijd) met een gemiddelde van 22 km. Al met al een geslaagde onderneming en een fantastische herinnering.
Tekst en foto’s Ton Merckx, Eindhoven
FIETSSPORT FEBRUARI 2002