FIETSALLERLEI: 

FIETSTERMEN:

HOUDING OP DE FIETS:

Het is van groot belang, dat de fiets je goed past: niet te klein en niet te groot. De fietshandelaar, maar natuurlijk ook onze eigen ervaren leden, kunnen hierbij uitstekend adviseren. Tijdens de tochten de handen bij de remgrepen, afhankelijk van conditie en ervaring. Dit is zeker in het begin van belang omdat er dan nog een zekere onrust in de groep is. Ook bij hoog tempo is het belangrijk om snel te kunnen reageren. Pas als de groep goed op elkaar is ingespeeld kun je de handen boven op het stuur leggen.

TEMPO:

Hier ligt n van de grootste problemen bij het fietsen in groepsverband. Veel, ook ervaren fietsers zijn niet in staat om met een regelmatig tempo te fietsen, waardoor er onrust in de groep ontstaat! Let maar eens op hoe vaak er een half wiel voor of achter de buurman  of buurvrouw gefietst wordt! Er ontstaat dan een " jojo-gedrag" en de hele rij verschuift een halve meter t.o.v. de andere rij. Houd dus een zo regelmatig mogelijk tempo aan, dit bevordert de rust in de groep!

PLAATS IN DE GROEP:

Tijdens tochten fietsen we twee aan twee. Als je pas begint dan denk je misschien dat de beste positie achter in de groep is: fout!
Als in een grote groep de eersten na een scherpe bocht weer snelheid vermeerderen dan zijn de laatsten nog aan het remmen! De ruimte die daardoor tussen de eersten en laatsten ontstaat moet weer opgevuld worden en dat kost extra energie!
De beste posities zitten voorin, zo'n beetje 3e of 4e rij, dit is mede afhankelijk van de voorrijders(-sters). Als er steeds door een vast groepje rijders op kop gefietst wordt dan zullen deze ook helemaal voor in de groep fietsen. Ga dan direct achter hen fietsen en wees niet bang dat anderen dat brutaal vinden; gelukkig is er een goede sfeer in onze vereniging en iedereen heeft er belang bij dat er goed gefietst wordt en de "nieuwelingen" ook mee kunnen komen.

BOCHTEN RIJDEN:

Houd zoveel mogelijk dezelfde snelheid aan als je voorligger en probeer zo weinig mogelijk te remmen. Wees niet bang om te vallen. Bedenk dat de snelheid waarmee wedstrijdrijders door bochten gaan veel hoger is dan de snelheid waarmee wij fietsen. Er is dus een ruime marge voordat je band geen contact meer met de weg heeft. Ook hier geldt weer, hoe minder je gedrag afwijkt van de rest van de groep des te rustiger en dus veiliger wordt er gefietst.

WISSELEN VAN PLAATS:

Als er gewisseld wordt van de posities op kop dan gaat dit meestal als volgt:
De 2 rijders(-sters) op kop geven elkaar te kennen dat ze willen wisselen, er wordt dan gewacht totdat er een rustig stuk weg is, ze versnellen iets en de linkerrijder(-ster) gaat naar de linkerkant van de weg, de rechterrijder(-ster) gaat zo rechts mogelijk rijden. De anderen fietsen tussen die beiden door en deze sluiten achter weer aan. Vaak is het zo dat een klein groepje meedoet aan het "kopwerk", in dat geval laten de eersten die niet meedoen aan het kopwerk een "gat vallen" om de afgeloste koprijders(-sters) gelegenheid te geven om vr hen in te schuiven.

SIGNALEN:

Bij het gebruik van je armen om een gevaar aan te geven, is het van groot belang om niet met je arm een zwaaibeweging te maken, omdat je daarmee een slingerbeweging van de fiets veroorzaakt. Dat kan dan weer tot gevolg hebben, dat degene die achter je fietst tegen je aanrijdt! Het middel kan dan erger zijn dan de kwaal!
Bij de meeste signalen kan met dezelfde snelheid worden doorgereden. Doe dit dan ook om onrustig rijgedrag te voorkomen. Kijk niet achterom om te zien of je achterligger veilig langs het gevaar komt: de kans is groot dat jij dan je voorligger raakt!
Als er iemand naast of achter je valt, rem dan niet plotseling maar verminder langzaam snelheid. Je kunt aan die valpartij toch niets meer doen. 

WAAIER RIJDEN:

Eigenlijk is dit niet toegestaan, omdat je met meer dan twee naast elkaar fietst! Op afgelegen polderweggetjes wordt het bij sterke tegenwind schuin opzij, af en toe toch gedaan. Hierbij moet je blindelings op het rijgedrag van de anderen kunnen vertrouwen anders heb je zo brokken!

Het in waaier rijden werkt als volgt:
de eerste rijder gaat zoveel mogelijk links of rechts rijden (uiteraard afhankelijk uit welke richting de wind komt). De 2e rijder gaat daar dan schuin achter fietsen totdat deze geen of weinig wind meer voelt. De 3e en volgende idem. Bij het wisselen laat de eerste rijder zich zakken, de 2e rijder gaat naar de buitenkant en degene die van kop kwam sluit achter weer aan. Vooral bij het nemen van bochten kunnen problemen ontstaan, denk maar aan de situatie waarbij de eerste rijder de bocht te krap of te ruim neemt, de anderen komen dan ruimte tekort en moeten of remmen of in de berm!

VERZET:

Hierover wordt veel gesproken maar vaak ten onrechte. Vaak wordt dit getrokken in een sfeer van prestatie in plaats van rendement. Met welk verzet fiets jij, met 52x15? Dan moet de ander denken dat hij of zij dat ook moet kunnen. ONZIN!! Het gaat niet om het verzet, maar of je het tempo bij kunt houden of niet! Hoe zwaarder het verzet, des te eerder heb je knieproblemen. Wacht zo'n probleem niet af, want later krijg je spijt.

Een redelijk verzet is 52 tanden voor en 18 achter. Even wat cijfers om de samenhang te zien. Een goed getrainde fietser(ster) kan op de vlakke weg fietsen met een trapasomwenteling van 90-100 per minuut. Bij lange klimmen ligt dit beduidend lager! De kunst is nu om een verzet te vinden waarbij het aantal omwentelingen, waarbij je zelf lekker fietst, zo constant mogelijk wordt gehouden.

De omtrek van een 28" wiel ligt rond de 2,08m, afhankelijk van de gemonteerde buitenband, je eigen gewicht en de bandenspanning. Deze omtrek is eenvoudig te bepalen door eerst de band op de spanning te brengen waarmee je normaal fietst. Zet dan met een viltstift een merkteken op de band en zet nu dit merkteken gelijk met een voeg van een trottoirtegel. Neem plaats op de fiets en steun tegen een muur of zo en ga 1 omwenteling vooruit. Meet de afgelegde afstand met een rolband en je hebt de exacte omtrek.

Voor het geval dat je een Pietje Precies bent: deze methode moet ook gebruikt worden voor het ijken van een fietscomputer. Een omtrekverschil van 2cm levert bij een afstand van 50 km een verschil op van ca. 500 meter en ook je snelheid is dan niet correct. Bij een verzet van 52x18 levert dit de volgende uitkomst op: 52:18x2,08 = 6,00m. Bij 100 omwentelingen per minuut is dit dan 100 x 6 mtr =600 mtr x 60 = 36 km per uur. Bij dit verzet wisselt je snelheid dus 3,6 km per 10 omwentelingen.

Ga dus niet uit van de rijsnelheid maar van de omwentelingssnelheid waarvan je zelf weet dat je dat goed vol kunt houden en pas daar je verzet op aan.
Zo kun je een verzet monteren waarbij je uitgaat van de snelheid die meestal door de groep gereden wordt.
De minste weerstand en dus ook slijtage heb je als de kettinglijn zo recht mogelijk loopt, zorg er dus voor dat het achtertandwiel dat je het meeste gebruikt ongeveer in het midden van de set tandwielen zit.

 
Wielomtrek in meters

 
2,08

 
Snelheid km/u

 
25

 
Afstand per omwenteling

 
Toerental trapas

 
Voor
-
Achter

 
52

 
48

 
42

 
39

 
52

 
48

 
42

 
39

 
13

 
8,32

 
7,68

 
6,72

 
6,24

 
50

 
55

 
62

 
67

 
14

 
7,73

 
7,13

 
6,24

 
5,79

 
55

 
58

 
67

 
72

 
15

 
7,21

 
6,66

 
5,82

 
5,41

 
57

 
53

 
72

 
77

 
16

 
6,76

 
6,24

 
5,46

 
5,07

 
62

 
67

 
77

 
83

 
17

 
6,36

 
5,87

 
5,14

 
4,77

 
66

 
71

 
81

 
88

 
18

 
6,01

 
5,55

 
4,85

 
4,51

 
69

 
75

 
86

 
93

 
19

 
5,69

 
5,25

 
4,60

 
4,27

 
73

 
79

 
90

 
98

 
20

 
5,41

 
4,99

 
4,37

 
4,06

 
77

 
83

 
95

 
103

 
21

 
5,15

 
4,75

 
4,16

 
3,86

 
81

 
88

 
100

 
108

 
22

 
4,92

 
4,54

 
3,97

 
3,69

 
85

 
92

 
105

 
113

 
23

 
4,70

 
4,34

 
3,80

 
3,53

 
88

 
96

 
110

 
118

 
24

 
4,51

 
4,16

 
3,64

 
3,38

 
93

 
100

 
114

 
123

 
25

 
4,33

 
3,99

 
3,49

 
3,24

 
97

 
104

 
119

 
128

 
26

 
4,16

 
3,84

 
3,36

 
3,12

 
100

 
108

 
124

 
133

 
28

 
3,86

 
3,57

 
3,12

 
2,90

 
108

 
117

 
133

 
144

 
30

 
3,61

 
3,33

 
2,91

 
2,70

 
116

 
125

 
143

 
154



GEDRAGSREGELS EN TIPS: